Home » Overzicht mei 2019 » Tongeren : Het MoMeNT van de Wondere Pluim 2019 in cc Velinx

Vrijdag 17 mei vond het slotevent van ‘het MoMeNT van de Wondere Pluim’ plaats in CC Velinx in Tongeren met meer dan 600 leerlingen en hun familie. In totaal werden er 1309 teksten ingestuurd door leerlingen van 13 Tongerse basisscholen met als thema :"Waarom zou ik binnen 40 jaar een standbeeld verdienen”. Voor een keer werden spelregels en spellingsregels door de vingers gezien, het was de fantasie, de idee, het verwoorden dat telde. Alle genomineerde deelnemers werden uitgenodigd samen met hun ouders, broer(s) en/of zus(sen). Het slotevent werd gepresenteerd door Dimitri Duquennoy, de bekendmaking van de winnaars gebeurde met het voorlezen van de winnende teksten door Michaël Pas en de winnaars werden beloond met boeken en boekenbonnen. De leerlingen en hun familie genoten na de show van een feestelijke receptie in de foyer.

Klik op de foto's om ze te vergroten 

Winnaars : Het MoMeNT van de Wondere Pluim 2019

1STE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL   

1 - Fien Maes, SINT-JAN

2 - Otto Jans, PICPUSSEN

3 - Alicya Crooughs, ZEVENSPRONG

1STE LEERJ. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Audic Bol, MIJLPAAL

2  - Milad Mahmoodi, MERLIJN

3 - Dileena Saleem, MERLIJN

2DE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL     

1 - Tobe Jocken, MIJLPAAL

2 - Jill Straetemans, SINT-JAN

3 - Serina Kajel Buntinx, PICPUSSEN

2DE LEERj. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Matheo Bertho, BOOMHUT

2 - Aya Techbibi, SINT-LUTGART

3 – Ronakpreet Singh, PICPUSSEN

3DE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL

1 - Mirthe Ernots, SINT-LUTGART 

2 – Yaden Lodders, MERLIJN    

3 – Alexe Beels, SINT-JAN                                                                                                                           

3DE LEERJ. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Shaimaa Alhassani, MIJLPAAL

2 - Nour Msissri, JEUGDLAND

3 - Melike Güney, MERLIJN

4DE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL

1 - Lars Oben, MERLIJN

2 - Alisa Bondarenko, MERLIJN

3 - Lana Jaspers, SINT-LUTGART

4DE LEERJ. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Lamis Zaaj, ZEVENSPRONG

2 - Medina Kukalaj, MIJLPAAL

3 - Shahed Al Khaled, MERLIJN

5DE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL

1 - Thomas Bynens, ATHENEEKE

2 - Mylah Hansen, ATHENEEKE

3 - Lina Staelens, MIJLPAAL

5DE LEERJ. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Sukhmanpreet Singh, PICPUSSEN

2 - Carolina Canella, DOL-FIJN

3 - Sterabano Hasan, DOL-FIJN

6DE LEERJ. NEDERLANDS MOEDERTAAL

1 - Jules Vos, DE HERIK

2 - Kira Vreven, MIJLPAAL

3 - Luce Remans, MERLIJN

6DE LEERJ. NEDERLANDS TWEEDE TAAL

1 - Joshua Sahika Tsongo, PICPUSSEN

2 - Tarina Winter, MIJLPAAL

3 - Romane Garnier, PICPUSSEN

Klik op de foto's om ze te vergroten 

Winnaars – Het MoMeNT van de Wondere Pluim 2019

1STE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL         

Later en ik

Later zijn er geen auto’s meer

maar vliegende auto’s.

En later zijn er geen mooie huizen meer

maar oude huizen.

En later zal ik trouwen met een leuke en grappige man.

En later heb ik een grappige meester.

Fien Maes         Sint-Jan

1STE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Ik ben een held.

Al het plastiek in de natuur verandert in bloemetjes.

De bomen winnen tegen de huizen.

De dieren worden onze vrienden.

De mensen maken nooit ruzie

en ik maak de lucht weer schoon.

Dus ik ben een held.

Audric Bol       Mijlpaal

2DE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL           

Het wondere geweer

Heel lang geleden leefde ik.

Ik was van plan om een geweer te maken.

Maar geen gewoon geweer. Een geweer met 3 kogels.

Eén kogel kon kanker genezen.

De andere kogel kon dieren en andere levensvormen altijd doen blijven leven.

De laatste kogel kon een bootje van badeendjes maken in een bubbelbad.

Er kwamen mensen om van kanker te genezen,

anderen om altijd te blijven leven.

En sommigen voor een bubbelbad met een bootje van badeendjes.

Alle mensen werden gelukkig en ze maakten een standbeeld voor mij.

Tobe Jocken

Mijlpaal

2DE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Pinguïnuil

Ik heb de pinguïnuil uitgevonden.

Dat is een uil die op een pinguïn lijkt.

Hij is heel mooi.  Je vindt hem bijna niet.

 Matheo Bertho        Boomhut

3DE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL

Andere gewoontes

Ik zat in het 6de en ging naar een andere school.

Ik was verdrietig.

Zou ik mijn vrienden nu nooit meer zien?

Toen ik in die nieuwe school zat en ik naar de uitleg luisterde, was alles anders. Toen ik in mijn nieuwe klas kwam, kreeg ik lessen om tovenaar te worden. Het was vreemd om tovenaar te worden. De dag daarna was ik jarig. Ik was zeer blij. Ik werd 13. In mijn nieuwe school vierden ze dat helemaal niet. Ik was boos dat ze zo een speciale dag niet vierden. Van baby tot nu heb ik het altijd gevierd. En nu is alles anders. Ik wilde laten merken dat ik jarig was dus toverde ik een tafel met een heleboel lekkers. Maar de meester werd boos en toverde alles terug weg. Ik begreep gewoon niet waarom ik mijn verjaardag niet mocht vieren. Ik vond het zwaar in de klas en begon een beetje bang te worden. Na een paar dagen begon ik vrienden te maken, maar ze spraken een andere taal. Het voelde eerst een beetje raar en ik begreep er eerst niks van. Maar na een tijdje begon ik de taal te begrijpen. Ik vergat bijna mijn oude vrienden. Maar toen ik de doos met oude herinneringen van mijn oude vrienden vond, moest ik huilen. Het was nog altijd een beetje vreemd in mijn nieuwe school. En ik miste mijn vrienden zo erg. Ik was zo verdrietig. Toen ik in school een verhaal mocht schrijven, schreef ik mijn hele levensverhaal op behalve het laatste deel. Toen ik met mama na school naar huis reed, vertelde ik wat ik allemaal had gedaan op school. Toen ineens slipte de auto. Ik was lichtgewond. Maar mama lag in coma. Ineens verloor ik alle moed en begon te huilen. Alles veranderde thuis. Ik haalde alle moed bijeen en hoopte dat mama snel terug kwam en deed wat ze normaal deed. De volgende dag kon ik niet goed opletten in de klas. Na drie weken kwam mama terug. Ik was zo blij. Ik vertelde mama dat ik al haar werk had gedaan. Ze was zo blij dat ze me terug zag. Ze omhelsde en kuste me zoveel ze kon. Ik vond het eigenlijk niet zo leuk in mijn nieuwe school en vertelde het ook aan mama. Ik vertelde dat ik mijn vriendinnen miste en dat ik graag terug naar mijn vriendinnen wil gaan. Ze zitten allemaal in de zelfde school dus ging ik daar ook naar toe. Want daar leerde ik ook om verpleegkundige in een ziekenhuis te worden. Wat ik ook heel graag wilde worden natuurlijk, anders ging ik niet naar die school. Maar als ik dat niet graag zou doen, dan zou ik nog steeds gaan om mijn vrienden en vriendinnen te kunnen zien. Tot ik ging werken heb ik mijn vrienden en vriendinnen nog gezien. Maar je kunt wel raden wat ik werd.

Publiek: “Hmmmmm, euhm, euh…..”

Weten jullie het echt niet?

Publiek: “Euh… nee…”

Verpleegkundige in een ziekenhuis natuurlijk.

Publiek: “ahja, dat is waar.”

Maar goed, nu even verder met mijn verhaal.

Dus ik zocht werk in een aantal ziekenhuizen. Maar in elk ziekenhuis was geen plaats meer. Toen ik eindelijk een ziekenhuis vond waar nog juist één plekje vrij was, was ik al de halve wereld rond gereisd.

Ahja, ik ben trouwens Sientje en mijn ouders verhuisden naar de noordpool. Een vreemde plek, maar het was de moeite waard. Want ik won een prijs. Het was een gouden pinguïn. Ik werd verliefd en kreeg kinderen. Het waren er vijf. Ze heten: Ella, Lien, Ilia, Mirthe en Luka. Toen ik die winter slipte met een van de voertuigen die ze daar hadden. Mijn kinderen waren niet gewond maar ik lag in coma. Ik had hen alles verteld over wat ik als kind meemaakte. Dus ze deden al mijn taken, maar ze waren bang omdat ze dachten dat ik zou sterven. Verdrietig waren ze omdat ze me misten. Na drie weken kwam ik terug en mijn kinderen riepen in koor: “Je bent terug mama!”

Ik was blij om ze terug te zien. Ik kreeg nog één kind en noemde haar Lisa. Toen ze 1 jaar werd, vierden we feest. We waren blij. Maar na een paar dagen stierf oma. We waren verdrietig, maar losten het samen op.

EINDE.

Mirthe Ernots

Sint-Lutgart

3DE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Ik heb iets erg meegemaakt.

Ik ga even mijn verhaal vertellen.

Het is erg. Ik en mijn familie zaten in een oorlog. We gingen naar België. Maar het was heel moeilijk. Gisteren hebben we tegen de familie moeten zeggen dat we zouden vertrekken. Om 4 uur ’s morgens zijn we klaar om te vertrekken. Alle tassen in de auto. Na een uurtje rijden zijn we bij een familie. Ze waren heel lief. Ze lieten ons lekker eten en een beetje rusten. Na een paar minuten kwam een andere auto. En die liet ons achteraan zitten in een kar. Er waren heel veel mensen. We waren vertrokken. Er kwamen heel veel auto’s achter ons. Na een beetje rijden zijn we bij een soort bos, maar het was vol met prikjes en steentjes. Mijn handen zaten vol met pukkels en kleine steeltjes. En nu komt het moeilijkste. We waren in een weggetje met modder maar ik zat daar vast. Het was geen gewone modder. Hij bleef hangen aan mijn voeten. Daar hielp mijn zus mij om eruit te geraken. En zo moesten we dagen wandelen. We rustten natuurlijk wel maar wij hadden geen matten bij dus daarom hebben we zakken mee. Na 2 dagen wandelen waren we bij een bushalte. Daar is de bus. We stapten op. Onze tassen moesten we in onze handen houden.

Mijn kleinste broer begon te wenen maar hij stopte toen mijn neef bij hem kwam zitten. Dan was het tijd om naar de trein te gaan en daarna zijn we op het schip gestapt. Alle mensen die in de boot zaten waren buiten gaan kijken naar de zon en hoe die naar beneden zakte. Ik, mijn moeder, mijn zus en mijn 2 broers waren aan het slapen. Maar mijn papa was gaan kijken met mijn neef. Ik bleef slapen. Na een beetje ging iedereen slapen. Behalve ik. Ik was wakker. Ik kan niet slapen. Ik nam mijn moeder in mijn handen, want ik was een beetje bang.

Ik dacht dat we nog in Syrië waren. In de oorlog.

Dan slaap ik weer.

We waren niet meer wakker tot de middag.

Er kwam een meneer die van de oorlog wist.

Met een touw gingen we naar beneden.

We gingen met een bootje. Er zaten veel mensen op. We hadden veel pijn. Ocharm kinderen.

Opeens boem, tegen een steen. Onze boot was een beetje stuk en er kwam water in de boot, maar we waren al aan de overkant. Er was een heuvel. Er waren mannen die ons mee naar boven namen. Toen was iedereen heel blij. We waren gelukkig niet gezonken. Maar spijtig van die achter ons. Nu moeten we wandelen tot aan het kamp. We hadden gelukkig nog dekens bij. We kregen 2 dekens van mensen die er eerder waren. Oh ik had het zo koud. We verstopten ons en gingen slapen. Want er waren politiemannen. Die waren heel slecht. Die wilden ons terugsturen naar Syrië. Maar dat wou ik niet want het was daar niet veilig. Gelukkig hebben ze ons niet gezien. Dat is het ergst, want als die ons hadden gezien, hadden ze geschoten in onze benen. Gelukkig was de auto op tijd. Die moest ons wegbrengen. Ik was in slaapgevallen. We rijden lang. Ik had rugpijn want ik droeg de waterflessen. We rustten uit op een bed. Ik vertelde tegen mijn nicht hoe het was. Ze was echt bang. We vertrokken naar België en ik begon de landen te tellen waar we naar toe zijn geweest. Oh dit zal ik nooit meer vergeten.

 

Nu ben ik in België.

Dit was mijn verhaal.

Einde.

Shaimaa Alhassani  Mijlpaal

Klik op de foto's om ze te vergroten 

4DE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL

Avontuur in Canada

Op een dag liep ik in Canada, maar opeens zag ik daar lemmings lopen (kleine blauwe beestjes). Ik vroeg of ik mee mocht doen met wat ze aan het doen waren, maar ze zeiden dat ik te groot was. Droevig en beteuterd sleepten mijn voeten mij naar huis. Maar toen kreeg ik een idee, ik ging een krimpstraal maken. Na bijna negen uur sleutelen was ik klaar. En geloof me, het was het waard.

Ik richtte de straal op mezelf en…

Ik was veel kleiner! Ik kon wel meedoen met de lemmings.

We hadden een plan, we pakten een ijzeren staaf en een bokshandschoen en toen Grizzly (de beer die alles verpestte en de choco afpakte) sliep, maakten we onze constructie vast aan het plafond en toen hij wakker werd: BOEM!

Grizzy knock-out.

Lars Oben          Merlijn

 

4DE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Lukas wil reizen in de tijd

Hoi, ik ben Lukas, ik woon in Nederland.

Mijn vader is een architect.

Mijn moeder is een dokter.

Ik heb een broer en twee zussen. Ik moet elke namiddag naar de opvang, omdat mama en papa moeten werken. Maar ik vind dat niet zo erg. Ik vind het daar zelfs leuk.

Maar weet je wat ik ook heel graag wil?

Een tijdsmachine. Zodat ik kan kijken in de toekomst en in het verleden mijn fouten goed kan maken. Opeens dringt er een plan binnen in het hoofd van Lukas.

“Ik ga een tijdsmachine bouwen!”, zegt hij, “Eentje die alles kan.” Hij begint te bouwen en bouwen en bouwen. Totdat hij klaar is. Hij rent naar zijn papa en mama en vertelt hen het goede nieuws. Mama en papa zijn heel enthousiast. Lukas is ook heel blij.

“En nu ga ik hem uitproberen!” riep hij, “Nu gaat hij aftellen: 3…2…1 GO!” En hij springt er in als een raket. “Het begint”, zegt papa.

En na 2 tellen zit hij in de toekomst.

Hij ziet allemaal gave spelletjes, auto’s die kunnen vliegen en kinderen op hun vliegende fietsen.

Er zijn nu ook onzichtbare baby’s.

Lukas vindt het hier te gek. Hij wil hier blijven. Maar dat gaat natuurlijk niet, want hij moet nog naar zijn mama en papa.

Anders gaan ze heel ongerust zijn.

Gelukkig hebben ze een horloge waarmee ze elkaar kunnen zien. En als het horloge piept moet hij terugkomen.

Dan heeft hij opeens zin in een onzichtbare baby.

Maar het horloge begint al te piepen.

Hij moet weer terug naar huis. Als hij thuis komt, ziet hij dat er nog een knopje zit om terug te gaan in de tijd. Hij riep zijn mama om te vragen of hij mocht. Mama antwoordde: “Eerst eten.”

Dus hij zal eerst moeten eten.

Na het eten gaat hij terug in de tijd om al zijn fouten weer goed te maken.

Hij heeft nu al zijn fouten weer goed gemaakt.

Nu is zijn droom uitgekomen. Hij is heel blij. Hij bewaart de tijdsmachine voor later of misschien wel voor zijn kinderen.

Lamis Zaaj            Zevensprong

 

5DE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL

Ik wil geen standbeeld

Ik wil geen standbeeld, zelfs al maakte ik een nieuwe natuurvriendelijk brandstof of maak ik een middel tegen lepra. Of misschien maak ik een zuurstofgenerator voor in de ruimte of spaar ik 100.000.000.000 euro voor iedere organisatie zoals de voedselbank en ‘Kom op tegen kanker’.

Maar als je je echt niet kan bedwingen, zorg dan dat je mijn beste kant voor het beeld gebruikt.

Thomas Bynens        Atheneeke

 

5DE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Rode laarsjes

Met mijn rode laarsjes aan,

Elke dag, elk uur, elke minuut.

Met mijn rode laarsjes aan,

In de crèche, in de kleuterklas, in de lagere school.

Met mijn rode laarsjes aan,

Worden ze te klein, komt er een scheur in, moeten ze weg.

Op mijn blote voeten,

Huil ik er op, denk ik er aan, zie ik

iets nieuw.

Nu stap ik uit de auto,

Alles zal anders worden,

Nu met mijn rode hakken aan.

Sukhmanpreet Singh        Picpussen

 

6DE LEERJAAR NEDERLANDS MOEDERTAAL

tnemomletnaK

Ik ben het kantelmoment.

Ik kantel levens van mensen.

Ik kantel ze dan 50, 186 of 222 graden. Dat moment wanneer ik een leven kantel is een symfonie met wangen als vulkanen met vuur hete lava, onweer en Niagarawatervallen van tranen. Ik kan dus eigenlijk je toekomst en je gedachten maken. Vaak zit ik wel mijlenver weg. Maar soms, heel soms, nog maar een millimeter dichtbij. Meestal zit ik dan op een bankje, met een bolletje geluk in mijn hand. Wachtend op de trein die pas over jaren zou komen. Maar ooit kwam de trein helemaal niet.

En toen viel ik in een groot zwart gat. Nog zwarter, nog veel zwarter, dan de dood.

Ooit verdween ik opeens, omdat iemand zo hard in zijn gedachten verzonken zat met een gedicht dat hem diep had geraakt.

Ik ben het kantelmoment. Ik besta in duizend maten, maar ik zal nooit nog zo groot zijn als jij bent. Ik ben zeer abstract. Ik kom daar dan aangeslenterd , ik kom daar dan afgezakt.

Mijn grootste vraag is of gedachtes kunnen opgeraken.

Over die vraag kan je eeuwen liggen piekeren, maar je zal het antwoord pas weten als je die ochtend zult ontwaken.

.Jules Vos      De Herik

 

6DE LEERJAAR NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Ik ga mijn toekomst schrijven

Alles begon in Luik, waar een jongen Joshua heette.

Al van toen hij 10 jaar was, droomde hij van een technologische toekomst.

Hij vroeg zich soms af hoe mannen en vrouwen er later zouden uitzien. Misschien een broek die zich aanpast aan je stijl of een elektronische bril die je alles vertelt over het weer of schoenen die je schoenmaat aannemen?

Een paar dagen later zag hij een man die een auto ontwierp die zonder chauffeur reed.

Toen kwam hij op het idee dat als die man de auto van de toekomst kon maken, dan kon hij zijn eigen toekomst schrijven.

Joshua begon de wereld van zijn dromen te schetsen en een miniatuur stadje te maken.

Toen vroeg hij zich af wat hij zou doen om de wereld in de toekomst te laten kantelen. Joshua werd groter totdat hij een man werd.

Hij werd architect en de hele Belgische bevolking vroeg zijn hulp om hun huizen te renoveren of helemaal opnieuw te bouwen. Op een dag zat hij in zijn atelier te werken toen hij zei: “Ik bouw nu al 2 jaar lang nieuwe huizen voor de bevolking, ik zou kunnen proberen om mijn eigen huis te renoveren.”

Daarom vroeg hij aan zijn medewerkers of ze hem zouden kunnen steunen. Vol enthousiasme gingen ze allemaal akkoord om zijn nieuwe huis te bouwen. Het zou net als Siri werken en in geval van file zou hij zijn eigen ondergrondse snelweg nemen om direct tot zijn bestemming te geraken.

3 jaar lang duurde de bouw en uiteindelijk was het hun gelukt. Om hen te bedanken organiseerde hij een groot banket. Na het banket zag hij een mooi meisje waar hij dolverliefd op werd en na een jaar zijn ze getrouwd. Ze kregen kinderen: een jongen en een meisje. Na hun geboorte zag hij hoe belangrijk familie was en besloot hij een deel van zijn fortuin aan hulpdiensten zoals WWF, Greenpeace en Amnesty International te schenken.

Hij had de wereld voorgoed haar kantelmoment gegeven en kreeg daarvoor zijn eigen standbeeld in elk van de 7 werelddelen.

Later namen zijn kinderen het over. De kleine Joshua had de wereld voorgoed veranderd.

Joshua Sahika Tsongo            Picpussen